Spiegel
Het leven is 1 grote spiegel. Mensen zijn een spiegel, dieren zijn een spiegel en al het andere leven is een spiegel om te kunnen leren zien wie je bent. Men zegt weleens "alles wat je zegt ben jezelf" dit is als het ware ook zo.
Spiegelen gebeurd erg vaak al hebben we het niet altijd meteen in de gaten, het gebeurd vaak zelfs onbewust en we staat er niet bij stil. Spiegelen kan zowel geestelijk als lichamelijk zijn. Lichamelijk is beter te herkennen als geestelijk. Lichamelijk spiegelen gebeurd net als geestelijk ook vaak onbewust we staan niet stil bij de lichaamstaal van de mens, of bij de geestgesteldheid.
Wanneer mensen het met elkaar eens zijn en overeenkomen, zullen de lichamen dit laten zien door hetzelfde te doen.
Ze noemen het ook weleens na-apen. Deze mensen zullen dan dezelfde bewegingen maken met hun lichaam.
Het geestelijk spiegelen is meer gebaseerd op het spiegelen van het gedrag van iemand anders dat zich ook uiten kan in lichamelijk spiegelen, of uiterlijk spiegelen. Wanneer het gedrag wordt gespiegeld van iemand is dit niet altijd even prettig, omdat dit erg confronterend kan zijn.
Ik als moeder zie het heel goed door mijn kinderen. Wanneer ik een dag heb waarin ik erg gestrest ben geweest en ik doe verder gewoon op die dag wat ik moet doen, dan laten mijn kinderen aan mij zien doormiddel van hun gedrag "erg druk" te zijn hoe ik mij eigenlijk van binnen voel. Gestrest dus. En de manier waarop ik er op dat moment mee om ga, zal van belang zijn voor allemaal.
Kinderen zijn een grote spiegel voor ons, ze laten ons zien hoe wij ons voelen. Wanneer een kind een probleem heeft met iets, zou je kunnen nagaan voor jezelf waar het bij jezelf aan schort, of dat je zelf op dat moment zelf iets doet, waardoor de kinderen zich zo gedragen.
Gevoelig mensen, spiegelen harder dan minder gevoelige mensen. Dit komt omdat ze een soort sensoren hebben die dit op kunnen pikken. Zoals kinderen.
Vaak worden gevoelens overgenomen en worden ze onbewust eigen gemaakt. En dan weet de persoon niet hoe het komt dat die zich zo voelt. Maar spieglt het wel naar anderen toe. Meestal naar de persoon waar het gevoel vandaan komt.
Een mooi verhaal is het verhaal van de propjes.
Iedereen draagt in elkaar gevouwen propjes papier, die vol geschreven staan met herinneringen uit het verleden, emoties, gevoelens. Deze propjes zijn propjes van jezelf. Die je ooit gekregen hebt van mensen uit je verleden. Dit kunnen ouders, leraren, de buurvrouw, partner, kennisen zijn die opmerkingen gemaakt hebben tegenover jou en ze gaven jou die propjes papier.
Het is niet verkeerd om propjes te hebben, maar wanneer de prullebak vol raakt, dan lopen de propjes over en kan er niks meer bij, waardoor de prullebak helemaal ontploffen gaat.
Hoe kom je aan al deze propjes is niet de vraag. De vraag is hoe kom je ervan af zodat die prullebak niet overvol geraakt.
Eigenlijk is het heel simpel. Op het moment wanneer iemand jou een propje geeft, geef je het propje meteen terug zo hou je niks bij je en ben je er meteen vanaf. En hoe je dat gaat doen zal een eigen manier moeten gaan zijn. Maar weet dat de propjes verergen wanneer de propjes niet worden terug gegeven aan de juiste persoon, want dan komen er nog meer propjes bij. Want dan maak je er een berg van door het te verbergen. Of op te bergen.
Met andere woorden, als iemand iets tegen je zegt of je iets geeft dat totaal niet bij jou hoort, dan neem je het ook gewoon niet aan. De manier waarop iemand over zichzelf denkt is een boosdoener, want die persoon zou weleens iets in je schoenen willen schuiven dat niet bij jou hoort. En dan is het aan jezelf hoe je hiermee wilt leren omgaan.
Draag alleen maar je eigen propjes en niet die van anderen. Met andere woorden alleen je eigen gevoelens dragen. Want Wanneer je gevoelens aan genomen hebt van iemand anders, of gevoelens voelt voor iemand, is de kans vele malen groter dat je gaat spiegelen, meestal is dit het gedrag van de ander spiegelen. Dat kunnen allerlei vormen van gedrag zijn. Dat de grote reden kan zijn dat je jezelf verliest wanneer je gevoelens overnemen gaat.
Wanneer je wilt weten of dat een gevoel bij jou hoort of bij die ander, kun je meteen op dat moment jezelf een vraag stellen. "is dat gevoel van mij of behoort deze niet tot mi"en vaak kom je meteen tot een antwoord. En wanneer je dan je terug trekt en even alleen bent, kun je leren zien wat wel tot je behoort en wat niet. En wanneer je dan weer in de buurt bent van die persoon, en je voelt het weer, en niet wanneer je bij andere personen bent kun je ervan op aan dat het gevoel niet bij jou hoort en dan kun je je ervoor leren afsluiten.
Het heeft geen zin , om die ander dan de schuld te gaan geven van deze gevoelens, maar wat je wel kan doen is je mening gaan geven erover. Zo geef je meteen je propjes/gevoelens terug. En wat die ander dan doet met dat propje, is aan hun zelf. De beste oplossing is, er dan samen wat aan kunnen doen.
Het is belangrijk zelf in de spiegel te kunnen blijven kijken. Op een zuivere manier. Wanneer je niks te verbergen hebt, en je staat gewoon eerlijk in het leven zonder al teveel in het verleden te leven, kom je er wel. En leer je steeds dieper te kijken in de spiegel. Want in de spiegel durven kijken is jezelf beter willen leren kennen.
Wel is van belang hierbij te weten dat wanneer je kijkt in de spiegel met een vertroebelt beeld, zul je jezelf niet goed kunnen zien en is het belangrijk je bewust te worden van je eigen behoeften. De grondslag, zijn altijd de behoeften, verlangens en de wensen die je hebt. Die je gewoon kenbaar mag maken, zonder ze te verstoppen.
De man en vrouw op deze kaart kijken elkaar aan, maar ze kunnen elkaar niet helder zien. Ze projecteren allebei een beeld dat ze in hun hoofd hebben opgebouwd, waardoor het ware gezicht van de persoon naar wie ze kijken wordt verdoezeld.
We kunnen allemaal verstrikt raken in het projecteren van films van eigen makelij op situaties en mensen in onze omgeving. Dat gebeurt als we ons niet ten volle bewust zijn van onze eigen verwachtingen, verlangens en oordelen; in plaats van er verantwoording voor te nemen en hun bestaan te erkennen proberen we ze aan anderen toe te schrijven. Een projectie kan duivels of goddelijk zijn, verontrustend of troostend, maar ze is en blijft een projectie - een wolk die ons verhindert de werkelijkheid te zien zoals ze is. De enige uitweg is het spelletje te doorzien. Als je merkt dat er een oordeel over iemand anders in je opkomt, draai het dan eens om: Hoort wat je in anderen ziet niet eigenlijk bij jou? Is je blik helder, of beneveld door wat je wilt zien?
In een bioscoop kijk je naar het scherm, je kijkt nooit achterom - achterin staat de projector. De film speelt zich echter niet op het scherm af; hij is maar een projectie van licht en schaduw. De film bestaat alleen achterin, maar daar kijk je nooit naar. En daar staat de projector. Je denken zit achter de hele zaak, en je denken is de projector. Maar je kijkt altijd naar de ander, want de ander is het scherm.
Als je verliefd bent lijkt de ander heel mooi, weergaloos. Als je dezelfde persoon haat lijkt hij de lelijkste mens op aarde, en je komt er nooit achter hoe een en dezelfde persoon de lelijkste en de mooiste kan zijn...
De enige manier om tot de waarheid te komen is dus dat je leert rechtstreeks te kijken, zonder de hulp van het denken. Deze tussenkomst van het denken is het probleem, want het denken kan alleen dromen tot stand brengen... Door je opwinding gaat de droom eruitzien als de werkelijkheid. Als je te opgewonden bent, ben je in een roes, dan ben je niet bij zinnen. Dan is alles wat je ziet alleen maar jouw projectie. En er zijn evenveel werelden als er hoofden zijn, want ieder hoofd leeft in zijn eigen wereld.